Gezonde kindervoeten: zo ondersteunt u de ontwikkeling van de voeten van uw kind
Wist u dat 95% van de mensen met gezonde voeten wordt geboren? Toch krijgen veel mensen op latere leeftijd te maken met voetklachten. De ontwikkeling van gezonde voeten begint al in de eerste levensjaren. Vooral de eerste vijftien levensjaren zijn belangrijk voor de groei en ontwikkeling van de voeten van uw kind.
Op deze pagina leest u alles over de ontwikkeling van kindervoeten en ontdekt u hoe u als ouder kunt bijdragen aan gezonde en sterke voeten. Van het kiezen van de juiste kinderschoenen en het regelmatig controleren van de schoenmaat tot het stimuleren van lopen op blote voeten: met eenvoudige aandachtspunten geeft u de voeten van uw kind de ruimte om zich op een natuurlijke manier te ontwikkelen.
De ontwikkeling van kindervoeten: van kraakbeen naar sterke botten
Kijkt u weleens vol bewondering naar de kleine, schattige voetjes van uw baby of peuter? Het is een echt wonder van de natuur. Aan de buitenkant zien ze er misschien al perfect uit, maar van binnen zijn ze nog lang niet ‘af’. Een kindervoet werkt en groeit heel anders dan de voet van een volwassene. In dit hoofdstuk
leggen we u stap voor stap uit hoe zo’n zacht, klein voetje uitgroeit tot een ijzersterke basis.
De eerste jaren: zacht en extreem buigzaam
Wanneer uw kind ter wereld komt, bestaat de voet nog niet uit harde botten. In plaats daarvan bestaat het voetje voor het grootste deel uit zacht en sponzig kraakbeen. Dit is hetzelfde flexibele materiaal dat u bijvoorbeeld in uw neus of oorschelp voelt. Dit kraakbeen maakt de voetjes heel soepel, maar tegelijkertijd
ook erg kwetsbaar.
Het duurt in totaal wel achttien jaar voordat al dit zachte kraakbeen langzaam is veranderd in sterk bot. Dit hard worden van de botten noemen we ‘verbenen’. Dit proces begint al als de baby nog in uw buik zit, beginnend bij de hiel en de enkel. Andere belangrijke delen van de voet volgen pas veel later in de kindertijd.
Lees ook
Verschillen tussen jongens en meisjes
Wist u dat de voeten van jongens en meisjes zich niet helemaal in hetzelfde tempo ontwikkelen? Bij meisjes begint een heel belangrijk botje in het midden van de voet (dat zorgt voor de stevigheid van de voetboog) al hard te worden als ze anderhalf tot twee jaar oud zijn. Bij jongens duurt dit iets langer; bij hen begint dit
proces pas als ze tussen de twee en drieënhalf jaar oud zijn.
Ook zien we duidelijke verschillen in de vorm van de voet tijdens de eerste negen levensjaren. Jongens hebben in deze periode vaak een wat bredere middenvoet en een plattere voetboog. Meisjes ontwikkelen in diezelfde tijd juist een wat hogere en stijvere voetboog. Dit is allemaal volkomen natuurlijk.
Razendsnelle groei: let op de schoenmaat!
De voeten van jonge kinderen groeien ontzettend snel. Vooral in de periode tussen de twaalf en dertig maanden schieten de voetjes soms de lucht in. In deze actieve groeifase heeft uw kind vaak al elke twee tot drie maanden een nieuwe schoenmaat nodig.
Omdat het skelet van het voetje nog steeds uit dat zachte, kneedbare kraakbeen bestaat, is het in deze periode extreem gevoelig voor druk van buitenaf. Als schoenen te kort of te smal zijn, groeit de voet simpelweg naar de vorm van de schoen. Een kind voelt dit zelf vaak niet goed aan of klaagt er niet over.
Daarom is het heel belangrijk om de schoenmaat van uw kind elke paar maanden goed op te meten. Zo voorkomt u dat te kleine schoenen de botjes en teentjes ongemerkt vervormen.
Platvoeten? Meestal geen enkele reden tot paniek
Ouders maken zich vaak zorgen als ze zien dat hun jonge kind platvoeten heeft. Misschien valt het u op dat de voet van uw peuter helemaal plat op de grond rust als hij of zij staat. Dit noemen we een ‘flexibele platvoet’. Dit betekent dat het boogje onder de voet wel bestaat, maar even doorzakt zodra uw kind erop
leunt. Vraagt u uw kind om op de tenen te gaan staan? Dan ziet u het boogje vaak direct weer verschijnen.
Dit is heel normaal! Tot de leeftijd van zes jaar heeft wel veertig tot vijfenveertig procent van alle kinderen deze flexibele platvoeten. Het komt doordat de banden in de voetjes nog soepel zijn en de spieren nog niet de volledige kracht hebben om de boog omhoog te houden.
Tussen het eerste en zesde levensjaar ontwikkelt deze voetboog zich het allersnelst. Naarmate uw kind meer loopt, rent en speelt, worden de voetspieren vanzelf sterker. Rond het zevende jaar lijkt de voetboog vaak al op die van een volwassene. Als kinderen de leeftijd van ongeveer tien jaar bereiken, daalt het
percentage platvoeten vanzelf naar slechts vijftien procent. Het lost zich in de meeste gevallen dus helemaal vanzelf op!
Wat kunt u als ouder het beste doen?
Omdat de kindervoet zo zacht is en zich nog volop vormt, heeft hij vooral ruimte en bewegingsvrijheid nodig.
Hier zijn een paar belangrijke tips om uw kind te helpen:
- Geef de voet de ruimte: Controleer elke twee tot drie maanden of de schoenen én sloffen nog goed passen en niet knellen.
- Stimuleer blote voeten: Laat uw kind binnen zo veel mogelijk op blote voeten (of sokken) lopen. Dit traint de kleine voetspiertjes perfect en helpt de voetboog op natuurlijke wijze sterk te worden.
- Kies voor soepel: Vroeger dacht men dat stevige, harde schoenen met voorgevormde zooltjes goed waren om de voet te ondersteunen. Nu weten we dat zachte, flexibele en brede schoenen veel beter zijn, omdat de voetspieren dan actief blijven en zelf het werk doen.
De valkuil van knellende schoenen: waarom mooi niet altijd gezond is
Het kopen van de eerste schoentjes voor uw kind is een bijzondere mijlpaal. De winkels staan vol met schattige, stoere en kleurrijke modelletjes. Vaak kiezen we als ouders schoenen die er mooi uitzien of die passen bij de mode van nu. Toch schuilt hier een groot gevaar voor de ontwikkeling van de voetjes. In dit
hoofdstuk leggen we uit waarom veel gangbare kinderschoenen stiekem voor problemen zorgen en waar u op kunt letten.
De voet past zich aan de schoen aan
Zoals u in het vorige hoofdstuk las, bestaan de voetjes van jonge kinderen nog uit heel zacht en kneedbaar kraakbeen. Dit betekent dat de voet nog geen vaste, harde vorm heeft. Wat gebeurt er als u zo’n zacht voetje in een te smalle of te korte schoen stopt? De voet past zich simpelweg aan de vorm van de schoen
aan. Experts vergelijken een te strakke schoen weleens met een gipsverband; het beperkt de voet in al zijn bewegingen.
Een schokkend cijfer: bijna 90% draagt te kleine binnenschoenen
U controleert de dagelijkse buitenschoenen van uw kind waarschijnlijk best vaak. Toch loopt bijna zeventig procent van de kinderen buiten op te korte schoenen. Binnenshuis is dit probleem zelfs nog groter. Uit onderzoek blijkt dat bijna negentig procent (precies 88,8%) van de kinderen binnenshuis schoeisel draagt
dat te kort is.
Hoe dit kan? Onderzoekers noemen dit de indoor shoe gap, oftewel het ‘binnenschoenen-probleem’. Denk hierbij aan de slofjes of de gymschoenen die uw kind op het kinderdagverblijf of op school draagt. U koopt deze vaak één keer aan het begin van het jaar. Daarna blijven deze schoentjes op school of de opvang
liggen. Uw kind draagt ze soms wel zes tot acht uur per dag, maar u ziet ze als ouder bijna nooit. Hierdoor groeien de voeten ongemerkt vast in deze te kleine sloffen of schoenen.
Scheve tenen door smalle neuzen
Veruit de meeste schoenen in de winkel lopen aan de voorkant een beetje spits toe. Kijk maar eens naar uw eigen schoenen, of naar de vrolijke kinderschoentjes in de etalage. Maar kijkt u naar de blote voet van uw kind, dan ziet u dat deze vooraan juist het breedst is.
Als een kind dag in, dag uit puntige schoenen draagt, drukken de zijkanten van de schoen de tenen tegen elkaar aan. De grote teen krijgt hierdoor geen ruimte en groeit langzaam scheef naar binnen, richting de andere tenen. Artsen noemen deze (pijnlijke) vergroeiing een hallux valgus. Dit klinkt ingewikkeld, maar het
betekent simpelweg een scheve grote teen. Bij volwassenen kan dit zorgen voor veel pijn, en de oorzaak ontstaat dus al in de vroege kindertijd.
Het gevaar van zware schoenen en stijve zolen
Niet alleen de maat van de schoen is belangrijk, maar ook het materiaal. Vooral bij peuters die net leren lopen, zien we vaak problemen door zware schoenen met harde, stijve zolen. Een stijve zool haalt het gevoel onder de voetjes weg. Om de vloer toch te kunnen voelen, dwingt de dikke zool uw peuter om onnatuurlijk en platvoetig te gaan stampen.
Daarnaast zorgt het gewicht van een zware schoen ervoor dat de beenspieren van uw kind veel sneller moe worden. Een stijve schoen neemt ook het werk van de voetspieren over. Omdat de spieren zelf niets meer hoeven te doen om de voet af te wikkelen, worden ze lui en slap.
Praktische tips voor ouders
Gelukkig kunt u deze valkuilen heel makkelijk voorkomen! Met deze simpele gewoontes houdt u de voeten
van uw kind gezond:
- Check de binnenschoen en sloffen: Neem de binnenschoenen en sloffen van de opvang of school elke vakantie even mee naar huis. Controleer of ze nog ruim genoeg zijn.
- Kijk naar de vorm: Koop alleen schoenen die de vorm van een blote voet hebben. De voorkant moet altijd het breedste punt van de schoen zijn.
- Voel de zool: Pak een kinderschoen in de winkel vast en probeer de zool te buigen of op te rollen. Lukt dit makkelijk? Dan is het een fijne, soepele schoen.
- Meet regelmatig: Voeten groeien in sprongetjes. Laat de voeten van uw kind elke paar maanden
opmeten, of trek de omtrek van het voetje om op een stuk karton en leg dit in de schoen.
Blote voeten maken ijzersterk
Wist u dat de onderkant van onze voeten net zo gevoelig is als onze handen en onze lippen? De huid onder de voet zit bomvol met duizenden kleine zenuwen, oftewel sensoren. Zodra een blote voet de grond raakt, voelen deze sensoren precies of de vloer hard, zacht, warm of ongelijk is. De voet stuurt deze informatie
razendsnel naar de hersenen. Hierdoor weet het lichaam direct hoe het in balans moet blijven en hoe de spieren soepel kunnen bewegen.
Onderzoekers zien grote verschillen tussen kinderen die altijd schoenen dragen en kinderen die vaak op blote voeten opgroeien. Kinderen die veel zonder schoenen lopen, ontwikkelen bredere, veel gezondere voeten met een mooie, hoge voetboog. Ze hebben veel minder vaak last van scheve tenen. Ook opvallend: deze kinderen hebben een uitstekend evenwicht en kunnen zelfs verder springen.
Lopen zonder schoenen is de allerbeste training voor de kleine spiertjes in de voet. U kunt dit thuis heel makkelijk en speels stimuleren. Laat uw kind bijvoorbeeld knikkers oppakken met de tenen of een klein handdoekje verfrommelen met de voet. Voor uw kind voelt dit als een leuk spelletje, maar het is stiekem een fantastische oefening voor oersterke voetspieren!
Zo kiest u de beste schoen
Buitenshuis hebben kinderen natuurlijk schoenen nodig. Een schoen hoort de voeten alleen te beschermen tegen kou, scherpe steentjes en vuil op straat. Maar hoe vindt u nu een schoen die de voeten niet opsluit of lui maakt? Specialisten raden tegenwoordig ‘minimalistische schoenen’ of ‘barefoot schoenen’ aan. Deze
schoenen bootsen het fijne gevoel van blotevoeten lopen zo goed mogelijk na.
Let bij het kopen van nieuwe kinderschoenen altijd op deze vier belangrijke eigenschappen:
- Een brede voorkant (toe box): de schoen moet bij de tenen het breedst zijn. Zo krijgen alle tenen de ruimte om zich wijd en natuurlijk te spreiden.
- Een platte zool (zero-drop): de hak en de tenen horen op precies dezelfde hoogte te staan. Veel gewone schoenen hebben een iets verhoogde hak. Dit verhoogde hakje maakt de kuitspieren ongemerkt korter en verandert de natuurlijke houding van het hele lichaam.
- Een dunne en buigzame zool: kunt u de schoen in de winkel makkelijk dubbelvouwen of oprollen? Dan is hij perfect! Een soepele zool zorgt ervoor dat de voet de grond goed voelt en vrij kan bewegen.
- Geen extra steuntjes: een stevig voetbed of een dik kussen onder de voetboog is niet nodig. Dit soort steuntjes nemen het werk van de voet over, waardoor de spieren juist slap en zwak worden. Gezonde voeten zijn van nature krachtig genoeg om het eigen lichaamsgewicht te dragen.
Een rustige overstap
Heeft uw kind tot nu toe altijd gewone, stevige schoenen gedragen? Dan is het belangrijk om niet van de ene op de andere dag volledig over te stappen op minimalistische schoentjes. De voetspieren en pezen hebben echt tijd nodig om te wennen aan het nieuwe, harde werken.
Denk maar aan het trainen in de sportschool. U tilt ook niet direct de zwaarste gewichten, maar u bouwt de training langzaam op. Gaat u te snel van dikke schoenen naar extreem dunne schoentjes? Dan krijgt uw kind misschien last van vermoeide kuiten of pijntjes in de enkels.
Pak de overstap daarom altijd verstandig en rustig aan met deze stappen:
- Begin binnenshuis: Laat uw kind thuis eerst lekker wennen aan het lopen op blote voeten of soepele antislipsokjes.
- Bouw de tijd op: Trek de nieuwe, soepele schoentjes de eerste dagen bijvoorbeeld maar een uurtje aan. Verleng dit de weken daarna stap voor stap.
- Kies een tussenstap: Soms is het prettig om eerst een schoen te kiezen die al wel iets platter en breder is, maar nog niet extreem dun.
- Let op de signalen: Klaagt uw kind over vermoeide voeten? Doe dan rustig een stapje terug. Bij aanhoudende klachten of twijfel kunt u natuurlijk altijd even overleggen met onze therapeuten.
Zo geeft u het lichaam rustig de tijd om sterker te worden, en genieten uw kinderen straks een leven lang van gezonde, blije voeten!





